Vrij bewegen en vrijspringen
De paarden en pony's dienen het hoofdstel of het
halster om te houden. De paarden en pony's zullen na binnenkomst de gelegenheid
krijgen om zowel op de linker als de rechterhand de draf en galop te tonen. Zij zullen door de jury hierop worden
beoordeeld.
Daarna zal het vrijspringen als volgt getoond
dienen te worden: Balk op de grond op ± 3 meter gevolgd door een klein steil
sprongetje met op één galopsprong wederom een klein steil sprongetje. Onder
de steilsprongen kunnen eventueel strobalen liggen. Op een galopsprong gevolgd
door een oxer. Voor pony's zal de afstand tussen de sprongen ± 6,30 m. zijn. Bij de paarden zal dit ± 6,90 meter
zijn. Dit is afhankelijk van de stokmaat van de deelnemende dieren. Wanneer
blijkt dat de paarden en pony's onvoldoende voorbereid zijn (= enkele malen
weigeren) zal de jury aangeven dat er gestopt moet worden.
De hoogte van de sprongen zal bij de pony's max.
100 cm. zijn. Bij de rijpaarden, Arabische Volbloeds, Engelse Volbloeds en
Anglo Arabische Volbloeds zal dit max. 120 cm. zijn. Voor oudere dieren kan van
deze maximum maat afgeweken worden. Dit ter beoordeling van de
hengstenkeuringscommissie.
De voorbrenger mag assisteren bij het aandrijven.